Weersafhankelijke of belastingafhankelijke regeling?

November 11, 201812 minute read

Weersafhankelijke of belastingafhankelijke regeling?

Er is veel veranderd in de branche sinds dit artikel oorspronkelijk in 2016 werd geschreven. Het is inmiddels een gangbare vraag onder installateurs, en zelfs goed geïnformeerde huiseigenaren stellen hem. Mooi.

Er is geen echt goed of fout antwoord op de vraag welke regeling beter is. Verschillende strategieën werken beter in verschillende situaties, en er zijn zelfs gevallen waarin gewoon aan-uit het beste antwoord is. Eerlijk gezegd werken de meeste regelingen in de meeste omstandigheden wel. Maar wilt u weten wat voor uw woning of uw klus werkelijk het beste is, lees dan verder.

Bij een gewone woninginstallatie draait het om de balans tussen comfort en rendement. Het grootste voordeel van deze regelingen is een lagere keteltemperatuur, wat meer condensatierendement oplevert en veel minder pendelen, waardoor de ketel langer meegaat en het rendement nog verder stijgt.

Bij warmtepompen geldt hetzelfde: de COP verbetert en er wordt minder gependeld. Dit artikel helpt u een onderbouwde keuze te maken en laat de voordelen en de valkuilen van elke aanpak zien. De verschillen in comfort en rendement zijn klein, maar waarom zou u niet beide willen maximaliseren?

Welke aanpak past het best bij uw verwarming? Ruimtecompensatie, ook wel belastingafhankelijke regeling genoemd, of een weersafhankelijke regeling? En in welke mate?

schema van een weersafhankelijke regeling

Weersafhankelijke regeling uitgelegd

Om te beginnen: met een weersafhankelijke regeling bedoelen we hier een intelligente uitvoering, zoals u die aantreft op de betere modulerende toestellen van bijvoorbeeld Vaillant, Viessmann, Remeha en Intergas.

Die kan een nauwkeurige binnentemperatuur realiseren zonder binnensensor of thermostaat. Knap. Een binnenvoeler met invloed blijft overigens gewoon mogelijk.

Met ruimtecompensatie bedoelen we elke binnen geplaatste regelaar die de aanvoertemperatuur van de ketel aanpast om de gewenste binnentemperatuur te halen. Dat gebeurt in Nederland meestal via OpenTherm, of via een vergelijkbaar communicatieprotocol.

We gaan hier vooral uit van gas- en olieketels, omdat die het meest voorkomen. Dezelfde aanpak geldt echter voor warmtepompen, waar de hydrauliek ook meeweegt, met een nog sterker effect op het rendement.

Het helpt daarbij om te begrijpen hoe condenseren werkt, en te weten dat een groter radiatoroppervlak een lagere aanvoertemperatuur mogelijk maakt en daarmee meer rendement uit condensatie.

Beide regelmethodes gebruiken slimmere communicatie tussen ketel en sensoren. Dat geeft betere diagnose, meer grip op het systeem, gasbesparing en meer mogelijkheden om systemen te koppelen.

Het eerste dat u moet begrijpen, is dat een weersafhankelijke regeling zachter en vooruitkijkend werkt. Zij past de warmteafgifte van de radiatoren aan vóórdat de woning afkoelt, zodat er geen hogere temperatuur nodig is om het warmteverlies weer in te halen.

Ruimtecompensatie werkt juist reactief en reageert op veranderingen in de vraag. Daarmee heeft de weersafhankelijke regeling een licht voordeel, zowel in rendement door koeler te draaien als in minder pendelen, en ze is bovendien vriendelijker voor het toestel.

Ruimtecompensatie komt pas in actie zodra er vraag wordt waargenomen. Dan levert ze meteen warmte, of ze verlaagt het vermogen om een interne warmtebron te compenseren.

Dat kan gas besparen in woningen met een onregelmatig gebruikspatroon, geeft een systeem dat sneller reageert, en vangt interne warmtebronnen op zoals zoninstraling of een oven.

Heeft u een grotere woning, dan moet de regelaar wel doordacht worden geplaatst, anders raakt de hele woning uit balans. En omdat het een reactieve aanpak is, moet de ketel heter stoken om de warmte te vervangen die het gebouw al heeft verlaten tegen de tijd dat de temperatuurdaling wordt opgemerkt.

In beide gevallen zorgen ze voor lagere systeemtemperaturen, en dat levert het volgende op:

Wat een lage temperatuur oplevert voor het systeem

  • Minder snelle corrosie
  • Minder zuurstof die metalen aantast
  • Minder thermische schokken voor systeem en componenten
  • Beter voor het expansievat, doordat het membraan koeler blijft
  • Minder cavitatie bij de pomp en de fittingen
  • Minder geluid en geknap in het systeem
  • Meer comfort door een kleiner temperatuurverschil in de kamer
  • Meer comfort door een gelijkmatige warmteafgifte
  • Veiliger
  • Schonere lucht in huis
  • Minder verlies via leidingen in onverwarmde ruimtes
  • Meer comfort bij een lagere kamertemperatuur

Wat het oplevert bij een gasketel

  • Efficiëntere verbranding en warmteoverdracht
  • Het condensaat houdt de warmtewisselaar schoon, wat de warmteoverdracht ten goede komt
  • Meer teruggewonnen latente warmte doordat de ketel meer condenseert
  • Langere branduren, minder pendelen en minder slijtage door het steeds opnieuw ontsteken

Wat het oplevert bij een warmtepomp

  • Een betere COP
  • Minder pendelen, wat rendement oplevert en slijtage beperkt

Al deze punten komen uitgebreider aan bod in ons artikel over de voordelen van verwarmen op lage temperatuur.

Om te bepalen wat het best bij uw woning past, kijkt u naar de isolatie van binnen- en buitenmuren, de thermische massa, de grootte en indeling van de woning, het afgiftesysteem, het gebruikspatroon en de bezetting.

Gebruikspatroon: intensief of licht, regelmatig of onregelmatig?

Dit is wat ons betreft de belangrijkste factor. Wordt uw woning weinig of heel onregelmatig gebruikt, dan heeft het geen zin haar op comforttemperatuur te houden als er niemand is. En als er wél iemand is, wilt u zo snel mogelijk warmte. Dat vraagt om een regeling die snel reageert, en dus om ruimtecompensatie.

Heeft u een onregelmatig patroon maar bent u wel vaak thuis, dan zorgt afkoelen en weer opwarmen voor hoge radiatortemperaturen, minder efficiënte warmte en meer slijtage aan de ketel. En waarom zou u niet thuiskomen in een aangenaam huis? Dat brengt ons terug bij de weersafhankelijke regeling.

Hieruit blijkt wel dat bij intensief of regelmatig gebruik doorstoken meestal efficiënter is dan de verwarming steeds terugzetten om te besparen. Tenzij uw woning weinig thermische massa heeft.

Thermische massa

Thermische massa zorgt voor een zekere vertraging bij temperatuurveranderingen in de woning. Het gebouw gebruikt zijn eigen massa om warmte op te slaan en weer af te geven, en dat kunnen we in ons voordeel gebruiken om schommelingen af te vlakken.

Heeft uw woning weinig thermische massa, dan koelt zij snel af zodra er een raam of deur openstaat. Wilt u dan snel terug naar een aangename temperatuur, dan heeft u de snellere ruimtecompensatie nodig.

Weinig massa vraagt dus om een systeem dat snel op de vraag reageert. Maar plaatst u de ruimtevoeler in een kamer met een plaatselijke warmtebron of juist een koudebron, zoals een föhn, zoninstraling of een open raam, dan past de regelaar de afgifte in de rest van de woning aan en wordt het daar te warm of te koud.

Een weersafhankelijke regeling heeft daar geen last van, omdat zij niet op één plek is gericht. Heeft u weinig binnenisolatie, dan maakt de plaats van een binnenvoeler minder uit, omdat de warmte zich makkelijker verspreidt. Maar dan speelt plaatselijke opwarming ook minder op, wat opnieuw pleit voor weersafhankelijk regelen.

Isolatie

Net als woningen met weinig thermische massa zijn goed geïsoleerde woningen gevoelig voor kleine warmtebronnen binnen. Koken, föhnen of zelfs lichamelijke inspanning hebben er veel meer effect dan in een slecht geïsoleerde woning.

Bij weinig isolatie hebben interne invloeden zoals zoninstraling juist veel minder effect. Daarom is een weersafhankelijke regeling daar wat ons betreft de meest waarschijnlijke oplossing: de kamertemperaturen blijven zo gelijkmatig en stabiel mogelijk, en vrijwel altijd nauwkeurig. Bovendien valt juist daar de meeste besparing te halen.

Ook de plaats van de isolatie doet ertoe. Zit de isolatie aan de binnenzijde van de buitenmuur, dan schermt zij de thermische massa van het gebouw af. Zit ze aan de buitenzijde of in de spouw, dan verandert zij de thermische eigenschappen van het gebouw en vertraagt zij de thermische traagheid.

Veel isolatie op binnenmuren maakt in feite geïsoleerde zones binnen de woning. Dat kan voorkomen dat warmteverlies, bijvoorbeeld door een open raam, of juist warmtewinst zich door het huis verspreidt.

Een verkeerd geplaatste ruimtevoeler geeft dan onjuiste informatie over de rest van het huis. Ook dat pleit weer voor een weersafhankelijke regeling, alle andere factoren meegewogen. Meerdere ruimtevoelers zouden hier het beste werken, maar daarover verderop meer.

Woningtype, grootte en indeling

Een verkeerd geplaatste voeler in een grotere woning kan flinke temperatuurschommelingen en energieverspilling opleveren. Is de woning juist heel open van indeling, dan blijft de temperatuur veel stabieler en geeft een ruimtevoeler een veel betrouwbaarder beeld.

Ook het woningtype speelt mee, in combinatie met thermische massa en isolatie. Verwarmt u bijvoorbeeld een appartement, dan krijgt u wisselende invloed van de woningen boven, onder en naast u, en dat kan een weersafhankelijke regeling uit balans brengen.

Hoe luchtdicht en hoe blootgesteld is de woning?

Woningen die niet luchtdicht zijn, hebben meer luchtwisselingen. Daarmee verdwijnt verwarmde lucht snel en komt er koudere lucht voor terug, zeker op een winderige dag in open gebied. Een binnenvoeler is dan minder noodzakelijk.

Heeft de woning mechanische ventilatie met warmteterugwinning, dan telt dat ook mee. Het aantal luchtwisselingen stijgt daarmee, en omdat dat niet constant is, is er juist meer behoefte aan een binnenreferentie.

Aardig detail: zo'n systeem kan warmtewinst ook verspreiden, waardoor een binnenreferentie over meerdere kamers nauwkeuriger wordt zonder dat u hoeft te zoneren.

Het afgiftesysteem

Afgiftesystemen reageren verschillend snel. Vloerverwarming is veel trager dan radiatoren, omdat eerst de vloer moet worden opgewarmd en pas daarna de lucht. Stem daarom eerst het afgiftesysteem af op het woningtype en het gebruikspatroon, en pas daarna de regeling op het afgiftesysteem.

Ruimtecompensatie op vloerverwarming werkt op zich prima, maar een vooruitkijkende weersafhankelijke regeling past beter, omdat die de aanvoertemperatuur aanpast vóórdat de woning afkoelt. Zeker in een woning met veel thermische massa. Is die massa juist laag, neem dan wel een binnenreferentie mee, omdat interne invloeden dan zwaarder wegen.

Systeemtemperaturen

Hoe lager de systeemtemperatuur, hoe sterker het zelfregelend effect. Heeft u grote radiatoren of vloerverwarming, en is uw woning goed geïsoleerd, dan kan uw aanvoertemperatuur dicht bij de gewenste kamertemperatuur komen. Stijgt de kamertemperatuur dan door interne warmte, dan daalt de afgifte procentueel veel sterker dan bij een systeem op hoge temperatuur. En andersom stijgt de afgifte veel sterker zodra de kamer afkoelt.

Neem een overdreven voorbeeld: u streeft naar 20 °C in de kamer en het oppervlak van de radiator is 22 °C. Omdat de afgifte direct samenhangt met de kamertemperatuur, halveert de afgifte als de kamer naar 21 °C gaat, en stijgt zij met 50% als de kamer naar 19 °C zakt, mits het oppervlak op 22 °C blijft.

Zit die radiator daarentegen op 50 °C, dan moet de kamertemperatuur veel sterker variëren om enig effect op de afgifte te hebben.

U heeft geen radiatoren van 22 °C nodig om hiervan te profiteren. Houd wel in gedachten dat een weersafhankelijke regeling in het najaar en het voorjaar vanzelf veel lager draait. Draait zij op hogere temperaturen, dan wegen interne warmtebronnen veel minder mee. Als vuistregel ziet u het effect merkbaar worden zodra uw systeem op dt50 of lager zit, met alle bovenstaande factoren in het achterhoofd.

Hoe sterker dat zelfregelend effect, hoe zuiverder u weersafhankelijk kunt regelen, en hoe stabieler uw kamertemperaturen in het algemeen blijven.

grafiek van het zelfregelend effect bij lage systeemtemperaturen

U hoeft misschien helemaal niet te kiezen

Het bovenstaande geeft een basis voor de afwegingen bij de keuze van een regeling. Maar er zitten nog meer instrumenten in de gereedschapskist om comfort en rendement te combineren.

Ruimte-invloed

Ruimte-invloed is een functie van geavanceerde weersafhankelijke regelingen. Er komt een voeler in de woning die de werkelijke kamertemperatuur terugkoppelt aan de hoofdregelaar. Vervolgens stelt u in hoeveel invloed die voeler krijgt: van een kleine verschuiving in de aanvoertemperatuur tot vrijwel volledig overnemen.

Dit fijn afstellen is wat ons betreft het toppunt van comfort en rendement. Ook hier geldt dat u in grotere woningen het percentage ruimte-invloed moet verlagen, omdat de thermostaat niet representatief hoeft te zijn voor de rest van het huis.

Thermostatische radiatorkranen

Thermostaatkranen zijn goed te combineren met een weersafhankelijke regeling, en efficiënt ook, mits u ze juist gebruikt. Stel ze net boven de gewenste kamertemperatuur in, dan voorkomt u oververhitting in kamers die extra warmte krijgen, bijvoorbeeld door de zon. Dat voorkomt de opwarming niet altijd, maar het stopt wel het onnodig inbrengen van energie en verlaagt het vermogen van het toestel.

Zet thermostaatkranen in het algemeen bóven de gewenste kamertemperatuur. Zet u ze te laag, dan sluiten ze te vroeg en verkleinen ze het beschikbare radiatoroppervlak. Dan is er juist een hogere toesteltemperatuur nodig, of blijft het koud. Kies daarom ook voor ongebruikte slaapkamers geen te lage stand: twee tot drie graden verlaging is verstandig.

Zoneren

Iedereen begrijpt dat een ongebruikte ruimte verwarmen niet efficiënt is. Maar er speelt meer.

Kijk ook naar het gebruikspatroon binnen, de grootte van de woning, de indeling en de binnenisolatie. Wordt de bovenverdieping zelden gebruikt, dan kan een lagere temperatuur daar gunstig zijn. Is de binnenisolatie echter beperkt, dan moeten de overige radiatoren juist heter draaien om de ingestelde temperatuur te halen, omdat er warmte weglekt naar de onverwarmde kamers.

Die hogere temperaturen leveren minder efficiënt opgewekte warmte op.

De kern is dus dat te ver doorgevoerd zoneren, of te grote verschillen tussen zones, weliswaar energie kan besparen, maar ook leidt tot hogere aanvoertemperaturen en dus minder efficiënte warmte.

Dat hangt ook samen met de uitleg aan de bewoner. Denk na over hoe laag uw vraag kan worden: zoneert u te klein, dan neemt het pendelen toe en daarmee de slijtage. Dat pendelen en die lage belasting zorgen bovendien voor hogere temperaturen. Meer daarover leest u hier.

Regelen met meerdere ruimtevoelers

Deze systemen regelen zowel de aanvoertemperatuur van het toestel als de doorstroming per radiator, om elke kamer afzonderlijk comfortabel te houden. Het voordeel is volledige onafhankelijke regeling per kamer, waardoor u geen warmte verspilt in ongebruikte ruimtes, interne invloeden per kamer worden opgevangen en energie alleen gaat waar zij nodig is.

Dit is met afstand de duurste regeling, maar puur op comfort de beste optie. Voor het rendement ligt het antwoord genuanceerder.

Daarbij is vooral bepalend hoe de bewoner het systeem gebruikt. Optimaal is een klein verschil tussen kamers, gebaseerd op bezetting en op de isolatie van binnenmuren. Gebruikt u zo'n regeling als simpele aan-uitschakelaar, met ongebruikte kamers op 5 °C en de rest op 21 °C, dan heeft het toestel juist veel hogere temperaturen nodig, omdat er warmte weglekt naar de koude kamers.

Dat valt de regeling niet aan te rekenen, maar het is wel hoe zij in de praktijk meestal wordt gebruikt.

Een ander nadeel is dat de warmtevraag van losse kamers heel klein kan worden. Dat leidt tot veel pendelen en dus slijtage. Ook dat ligt niet zozeer aan de regelaar als aan het toestel, en toestellen worden op dat punt steeds beter met hun modulatiebereik.

Wordt de woning gemiddeld tot veel bewoond en staan alle kamers op ongeveer dezelfde temperatuur, dan kan zo'n regeling in een goed geïsoleerd huis zeer efficiënt en comfortabel zijn. In een slecht geïsoleerd huis is zij eigenlijk niet nodig.

De belangrijkste vraag bij regelen met meerdere ruimtevoelers is dus: hoe vaak is de woning bewoond?

Bij een regelmatige bezetting valt er qua rendement veel minder te halen, zeker in woningen met een hoog warmteverlies, waar interne invloeden veel minder uitmaken.

Maar de wereld verandert. Steeds meer mensen werken thuis en de isolatie wordt steeds beter. Bij een lage bezetting, met één persoon overdag in een thuiswerkkamer, komt zo'n regeling juist tot haar recht: die kamer op comfort, de rest van het huis op een redelijke verlaagde stand. Al hangt ook dat weer af van thermische massa, de grootte van de woning en de isolatie.

Puur vanuit milieuoogpunt telt ook de productie en installatie van deze regelingen mee, plus batterijduur, storingen en onderhoud. Al met al is dit de richting waarin regelingen zich in de woningmarkt zullen ontwikkelen naarmate de isolatie beter wordt. De juiste parameters instellen op basis van bovenstaande informatie, en de bewoner uitleggen hoe het werkt, is daarbij de kerntaak van de installateur.

Samengevat

Het voordeel van weersafhankelijk regelen boven ruimtecompensatie is dat de kamertemperatuur wordt bepaald door het warmteverlies in plaats van door één plek die niet representatief hoeft te zijn. Verder: minder slijtage aan het toestel, langere draaitijden, geen schokkerige reacties, en de laagst mogelijke aanvoertemperatuur en dus het maximale rendement uit condensatie of uit de COP.

Het voordeel van ruimtecompensatie is dat zij sneller reageert, sneller opwarmt en interne invloeden opvangt. De Nederlandse woningvoorraad bestaat grotendeels uit gemetselde woningen die lang niet allemaal goed geïsoleerd zijn, en juist daar kan weersafhankelijk regelen landelijk een flinke besparing opleveren, met meer comfort erbij.

Naarmate woningen beter worden geïsoleerd, isolatie blijft immers het belangrijkst, meer mensen thuiswerken en aanbouwen andere thermische eigenschappen krijgen dan het bestaande huis, kunnen en moeten die andere strategieën worden ingezet. Maar met de nadruk op verwarmen met een lage CO₂-uitstoot mikken we op de laagst mogelijke temperatuur, en dat pleit vooral voor weersafhankelijk regelen vanwege het zelfregelend effect.

Share

Ontdek hoeveel u kunt besparen met een warmtepomp

Geek out some more